Ga naar inhoud
Voorbeelden
APGAnalogieën

APG assessment analogieën voorbeelden

Oefen APG assessment analogieën met concrete voorbeelden en herkenbare verbanden. Bereid je gericht voor op verbaal redeneren in GITP.

Door de redactie van TestPrep · Bijgewerkt op

Begin bij het verband tussen de woorden

Bij analogieën draait het om het herkennen van de relatie tussen twee woorden en het vinden van eenzelfde relatie in een nieuwe combinatie. Voor het APG assessment is het daarom verstandig om eerst te oefenen met het soort verband dat wordt bedoeld, zoals betekenis, functie of categorie.

De capaciteitentest van APG wordt afgenomen door GITP en kan meerdere onderdelen bevatten, waaronder analogieën. Door dit onderdeel gericht te oefenen, raak je vertrouwd met de opbouw van de vragen en werk je aan tempo en nauwkeurigheid.

Probeer direct een voorbeeldvraag

Zo krijg je meteen gevoel bij de vraagstijl en de meerwaarde van de oefenomgeving.

Voorbeeld uit:Analogieën
Vallen staat tot struikelen als zweten staat tot ...

Wat je bij voorbeeldvragen vooral moet zien

Kijk eerst naar de relatie in het voorbeeldpaar. Soms gaat het om een verzamelbegrip en een onderdeel, soms om een functie of een logisch soortverband. Wie snel ziet welke relatie centraal staat, heeft meestal minder tijd nodig om de juiste antwoordoptie te vinden.

Bijvoorbeeld: als twee woorden samen een duidelijke categorie vormen, zoek je daarna naar een optie die dezelfde categorie-opbouw volgt. Als het verband juist draait om gebruik of doel, moet je niet blijven hangen op losse betekenissen van de woorden zelf.

Een goede voorbereiding begint dus niet met veel oefenen tegelijk, maar met het herkennen van het type verband. Dat maakt de stap naar echte oefenvragen overzichtelijker.

Concrete voorbeelden van verbanden om op te letten

  • Categorie en lid van de categorie, zoals een algemeen begrip en een concreet voorbeeld.
  • Onderdeel en geheel, zoals een onderdeel van iets groters.
  • Functie en object, zoals iets waarmee je een bepaalde handeling uitvoert.

In oefensituaties helpt het om hardop te benoemen welk verband je ziet. Daarmee voorkom je dat je alleen op intuïtie kiest. Zeker bij de eerste vragen is dat een praktische manier om rust in je aanpak te brengen.

Blijf ook alert op woorden die op elkaar lijken maar een andere relatie hebben. Niet elk paar met dezelfde betekenisrichting hoort automatisch bij het juiste antwoord; de precieze verhouding moet overeenkomen.

Slim oefenen voor dit onderdeel

Werk eerst met enkele losse analogieën en kijk daarna naar de uitleg van het antwoord. Zo leer je sneller welke verbanden vaak terugkomen en welke afleidingen minder relevant zijn.

  1. Bepaal het verband in het voorbeeldpaar.
  2. Controleer of dat verband draait om betekenis, functie, categorie of onderdeel-geheel.
  3. Vergelijk de antwoordopties en kies alleen de optie met dezelfde relatie.

Als je dit stap voor stap doet, bouw je niet alleen kennis op van de vraagvorm, maar ook van de manier waarop je onder tijdsdruk moet selecteren. Dat is nuttig voor het hele GITP-assessment van APG.

Veelgestelde vragen

Wat meten analogieën in het APG assessment?
Analogieën meten vooral verbaal redeneren. Je laat zien dat je verbanden tussen woorden of begrippen kunt herkennen en toepassen.
Welke verbanden komen in analogieën vaak terug?
Vaak gaat het om betekenis, functie, categorie of een relatie tussen geheel en onderdeel. Het antwoord moet dezelfde soort relatie hebben als het voorbeeld.
Hoe pak ik een analogievraag het snelst aan?
Bepaal eerst de relatie in het voorbeeldpaar en vergelijk daarna de antwoordopties op dezelfde relatie. Begin niet met gokken op losse woordbetekenissen.
Staan alle onderdelen van de capaciteitentest altijd in mijn APG-assessment?
Nee, welke onderdelen je precies krijgt, staat in je uitnodigingsmail of in het online platform van GITP.